Autoscroll
1 Column 
Text size
Transpose 0
Tuning: E A D G B E
[Intro] C F Em C Bb Bb C [Verse 1]
CWalter was heel Ftenger toen hij Emop de wereld Ckwam hij beGstond praktisch enkel uit wat CbeGnen Cwat roos-blauw rimpelig Fvel en een Emveel te grote Ckop Gz’n moeder durfde hem bijna niet Cspenen.
[Verse 2]
CMaar na veel nachten Fzonder slaap, veel Emzorgen en geCduld werd GWalter al wat sterker en op CzeGven was iCe ‘n doodgeFwone knaap, een Embeetje bleek missCchien Gmet het vooruitzicht op een onopvallend Cleven.
[Verse 3]
CWalter zat soms Furenlang Emin het kippenChok, of soGms op de knieën van z’n CvaGder die zCong in falset: FZalig zijn de Emzuiveren van Chart Gze zullen tot de Heer worden verCzameld!
[Bridge]
Zijn Bbvader, hoogstwaarFschijnlijk zelf een zCuivere van Ghart werd Bbenkele jaren Flater ook verzCameldG Chij deed net een uitval Amnaar een zilverFuitje op z’n Cbord Chet was gewoon maar een Fbreuk van de hartGaderC.
[Verse 4]
CWalters oom vond hem Feen baantje Embij de BrabantCbank hij dGeed z’n paperassenwerk voorbCeelGdig de Cdirecteur zei Fvan ‘m: Walter Emis een flinke Ckracht Gmaar om het ver te schoppen wat te Cmelig !
[Verse 5]
CZ’n vrienden schimpten: FHeb jij wel eens Emooit een vrouw geChad ? hij gGlimlachte onzeker en verCleGgen; Kom Czaterdag na Fachten eens met Emons mee naar de sCtad hij Gzei niet ja en sprak ze ook niet Ctegen.
[Verse 6]
COp zaterdag, na Fachten, klom EmWalter reeds in Cbed terGwijl het buiten naar jasmijnen CgeurGde Cregelde zijn Fwekker, sloeg z’n Embijbel op en Clas wat Gindertijd met Habakuk geCbeurde.
[Bridge]
Toen Bbnam de BrabantFbank een nieuwe Chulpboekhouder Gaan BbSaskia was Fmooi en heel geCwilligG, Cze had vreemde licht Amogen, ze was Fjong, ze was niet Cdom Cze liet Walter heleFmaal niet onverGschilligC.
[Verse 7]
CDe eerste keer dat Fhij haar vroeg, zei EmSaskia: missCchien ze voGnd hem saaier dan ‘n dooie gCoudGvis de Ctweede keer keek FSaskia heel Emernstig en zei Cja een Gmens moet zich toch vestigen voor hij Ckoud is !
[Verse 8]
C‘n Anjer in z’n Fknoopsgat liep EmWalter naar z’n Cwerk liep Gzachtjes fluitend door de stCraGten, de Cdeur stond op ‘n Fkier, hij Emtrok zich eventjes teCrug ze Gwaren over Saskia aan ‘t Cpraten.
[Verse 9]
CArme stomme FWalter, zei de Emhoofdboekhouder Ctraag, je zoGu ‘m best niet op dat feestje CvraGgen CJezus, Jezus, Fdeed er een, wat Emheb ik in die Claan ‘n Gpret gehad met Saskia in m’n Cwagen.
[Bridge]
BbWalter stond weer Fbuiten, Cstaarde in de Gzon BbHeer, in Fwie moet ik nog geCloven?G Het Czoemde in z’n Amschedel, het Fantwoord kwam terCstond: CBestemmeling is Fonbekend hierGboveCn.
[Verse 10]
CDe mensen lachten Ftoen hij zei: EmHeer, wat moet ik Cdoen ? Hij hGoorde niets, hij leek wel in CextaGse, Chet antwoord kwam dit Fkeer van de afEmfiches aan de Cmuur z’n Gogen lazen vaag: Houdt goed uw CPasen!
[Verse 11]
CWalter liet ‘n Fadvertentie Emplaatsen in de kCrant: ik verGklaar dat ik geen schulden zal beCtaGlen die CSaskia geFmaakt heeft, daar Emik het echtelijk Cdak verGlaten heb, getekend W. De ScChraele.
[Verse 12]
CWalter keerde Fnooit terug naar Emde BrabantCbank hij lGeerde eigenhandig kleiwerk CdraaGien z’n kCleren stonken Fmaar hij zei: De Emvogelen des Cvelds ze Gploegen niet, ze zaaien noch ze Cmaaien ...
[Bridge]
Hij lBbeeft nu van z’n bFeeldhouwwerk, maakt CSaskia’s van Gklei ze Bblijken alleFmaal wel heel teCvredenG ‘k CBen de Alfa en de AmOmega, bromt Fhij zacht in zichCzelf ik Cheb de sleutels van de Ftoekomst en ‘t verGleCden.
[Outro] C F Em C Bb Bb C